Elektra

Aardlekschakelaar, aardlekautomaat of installatieautomaat?

Kort antwoord

Een aardlekschakelaar beschermt mensen tegen lekstroom en dekt maximaal vier groepen. Een installatieautomaat beschermt de leiding tegen overbelasting en kortsluiting, per groep. Een aardlekautomaat is die twee in één behuizing, en beveiligt dus één groep tegen allebei.

Waar ze elk voor dienen

De drie componenten in uw kast doen verschillende dingen, en dat verklaart waarom er soms één ding uitvalt en soms de halve woning.

ComponentBeschermtBereik
Aardlekschakelaarmensen, tegen lekstroom vanaf 30 mAmaximaal 4 groepen
Installatieautomaatde leiding, tegen overbelasting en kortsluiting1 groep
Aardlekautomaatbeide tegelijk1 groep

Waarom aardlekautomaten meer kosten en toch lonen

Een aardlekautomaat kost per stuk meer dan een gewone automaat. Het verschil zit in wat er gebeurt bij een storing.

Hangt er één aardlekschakelaar voor vier groepen, dan vallen die vier tegelijk uit. Woonkamer, keuken, koelkast en zolder in één klap, en dan gaat u zoeken met een zaklamp. Bij aardlekautomaten valt alleen de groep uit waar het probleem zit.

Werkt er iemand thuis, staat er een vriezer, of heeft u een aquarium of serverkastje, dan verdient dat verschil zich bij de eerste storing terug.

B of C: wat staat er op uw automaat?

Op elke automaat staat een letter en een getal, bijvoorbeeld B16. Het getal is de stroom in ampère, de letter zegt hoe snel hij reageert op een piek.

Een B-automaat schakelt sneller af en is de standaard voor gewone licht- en stopcontactgroepen. Een C-automaat verdraagt een kortstondige inschakelpiek en is bedoeld voor apparaten met een motor of een grote startstroom, zoals een compressor of een grotere pomp.

Een C-automaat op een gewone stopcontactgroep zetten geeft minder bescherming dan bedoeld. Een B-automaat op een compressorgroep zorgt juist voor onnodig uitvallen. Het is dus geen kwestie van smaak.

Regels die de indeling bepalen

NEN 1010 stelt grenzen aan hoe een kast wordt ingedeeld. De belangrijkste die u in de praktijk tegenkomt:

  • Maximaal vier groepen achter één aardlekschakelaar
  • Vast aangesloten apparaten boven ongeveer 2 kilowatt op een eigen eindgroep
  • Badkamer- en buitengroepen altijd met aardlekbeveiliging van 30 milliàmpère
  • Praktisch maximaal acht aansluitpunten per stopcontactgroep
  • In een eenfasekast passen doorgaans maximaal twaalf groepen

Veelgestelde vragen

Kan ik mijn aardlekschakelaars laten vervangen door aardlekautomaten?
Vaak wel, mits er ruimte in de kast is. Een aardlekautomaat is breder dan een gewone automaat, dus soms past het niet en is een grotere kast nodig.
Mijn kast heeft geen aardlekschakelaar. Is dat erg?
Ja. Kasten van vóór 1975 hebben er vrijwel nooit een. Zonder aardlekbeveiliging heeft u geen bescherming tegen een schok bij een defect apparaat of een beschadigd snoer. Dat is de belangrijkste reden om zo’n kast te vervangen.
Wat betekent 30 mA?
Dat is de lekstroom waarbij de schakelaar afslaat, binnen ongeveer veertig milliseconden. Die grens ligt ruim onder de waarde die voor het hart gevaarlijk wordt.

Laatst bijgewerkt op 20 augustus 2026